LMNP
Niet-professionele gemeubileerde verhuur. Voordelig belastingregime met aftrek van kosten en afschrijvingen.
Voorbeeld: Een gemeubileerde tweekamerwoning verhuurd voor 800/maand met 3% afschrijving op de aankoopprijs.
Niet-professionele gemeubileerde verhuur. Voordelig belastingregime met aftrek van kosten en afschrijvingen.
Voorbeeld: Een gemeubileerde tweekamerwoning verhuurd voor 800/maand met 3% afschrijving op de aankoopprijs.
Vereenvoudigd regime met 50% forfaitaire aftrek op gemeubileerde huurinkomsten.
Voorbeeld: Bij 10.000 huurinkomsten wordt slechts 5.000 belast.
Vereenvoudigd regime voor ongemobileerde verhuur met 30% aftrek op de huur.
Voorbeeld: Bij 10.000 huurinkomsten wordt slechts 7.000 belast.
Maakt aftrek van alle werkelijke kosten mogelijk (werk, rente, beheerkosten, afschrijving).
Voorbeeld: Ideaal als uw kosten meer dan 50% van uw huurinkomsten bedragen.
Het belastingtarief dat wordt toegepast op uw laatste inkomensschijf.
Voorbeeld: Bij een marginaal tarief van 30% wordt elke extra euro huurinkomsten belast tegen 30%.
Boekhoudkundige aftrek voor het waardeverlies van het pand en meubilair over hun levensduur.
Voorbeeld: Een pand ter waarde van 200.000 afgeschreven over 30 jaar = 6.666/jaar aftrek.
Sociale bijdragen op huurinkomsten tegen een totaaltarief van 17,2%.
Voorbeeld: Op € 10.000 netto huurinkomsten: € 1.720 aan sociale bijdragen.
Wanneer aftrekbare kosten hoger zijn dan huurinkomsten, kan het tekort worden verrekend met het totale inkomen (tot € 10.700/jaar).
Voorbeeld: € 8.000 huur - € 20.000 renovatie = -€ 12.000 → € 10.700 afgetrokken van belastbaar inkomen.
Winst bij verkoop van een pand. Belast tegen 19% + 17,2% sociale bijdragen, met progressieve vrijstellingen op basis van bezitsduur.
Voorbeeld: Pand gekocht voor € 150.000 en verkocht voor € 200.000 na 10 jaar: gedeeltelijke vrijstelling dankzij aftrekken.
Forfaitaire heffing van 30% (12,8% inkomstenbelasting + 17,2% sociale bijdragen) op kapitaalinkomsten.
Voorbeeld: SCI-dividenden: € 5.000 × 30% = € 1.500 flat tax.
Burgerlijke vastgoedvennootschap. Juridische structuur om gezamenlijk vastgoed te bezitten, met keuze tussen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.
Voorbeeld: Twee vennoten op 50/50: elk geeft zijn aandeel in inkomsten en kosten aan.
Verschil tussen huurinkomsten en alle kosten (lening, belastingen, lasten). Positief = u verdient elke maand geld.
Voorbeeld: Huur 800 - Lening 600 - Kosten 100 = +100 cashflow.
Verhouding tussen jaarlijkse huur en aankoopprijs. Houdt geen rekening met kosten.
Voorbeeld: (800 x 12) / 150.000 = 6,4% bruto
Rendement na aftrek van alle kosten en belastingen. Weerspiegelt uw werkelijke winst.
Voorbeeld: Een nettorendement van 5% op 200.000 = 10.000/jaar werkelijke winst.
Bankgeld gebruiken om te investeren. Vermenigvuldigt het rendement van uw aanbetaling.
Voorbeeld: Met 20.000 eigen inbreng koopt u een pand van 200.000 = hefboom van 10.
Return On Investment. Meet de winstgevendheid ten opzichte van het geïnvesteerde geld (eigen inbreng + kosten).
Voorbeeld: Jaarlijkse winst 5.000 / Eigen inbreng 30.000 = 16,7% ROI.
Deel van het inkomen bestemd voor leningaflossingen. Banklimiet vastgesteld op 35%.
Voorbeeld: Inkomen € 3.000/maand, leningen € 1.000/maand → schuldgraad van 33%.
Bedrag geïnvesteerd zonder lening. Doorgaans 10-20% van de aankoopprijs + notariskosten.
Voorbeeld: Voor een pand van € 200.000: eigen inbreng van € 30.000 (15%) + € 15.000 notariskosten.
Jaarlijks Kostenpercentage. Omvat rente, verzekering en dossierkosten. Maakt vergelijking van leningaanbiedingen mogelijk.
Voorbeeld: Nominale rente 3,5% + verzekering 0,3% + kosten = JKP 4,1%.
Maximaal leenbedrag op basis van uw inkomen, bestaande schulden en de schuldgraadlimiet van 35%.
Voorbeeld: Inkomen € 4.000/maand zonder lening → leencapaciteit ca. € 200.000 over 25 jaar.
Verplichte verzekering tegen overlijden, invaliditeit en arbeidsongeschiktheid bij de hypotheeklening.
Voorbeeld: Gemiddeld tarief 0,25-0,40% van het geleende kapitaal, aftrekbaar bij LMNP reëel regime.
Periode zonder huurder. Gemiddeld 1 maand per jaar = 8% leegstand.
Voorbeeld: 8% op een huur van 800 = 768 gemiddelde werkelijke huur.
Huur zonder doorberekende kosten. Basis voor rendementberekening.
Voorbeeld: De kale huur dient als basis voor de rendementberekening.
Totaalbedrag dat de huurder maandelijks betaalt inclusief kosten.
Voorbeeld: Kale huur 700 + Kosten 100 = Huur incl. 800
De woning is uitgerust met het meubilair dat nodig is voor het dagelijks leven. Voordelig belastingregime (LMNP).
Voorbeeld: Bed, tafel, stoelen, huishoudelijke apparaten... wettelijk vastgelegd.
Leeg verhuurd pand. Ander belastingregime (vastgoedinkomen).
Voorbeeld: Eenvoudiger maar fiscaal vaak minder voordelig.
Energieprestatiediagnose. Classificeert de woning van A (zeer efficiënt) tot G (energielek). Verplicht om te verhuren.
Voorbeeld: Een DPE F of G verbiedt verhuur sinds 2025 (Klimaatwet).
Privé-woonoppervlakte gemeten volgens de Carrez-wet. Sluit oppervlakten onder 1,80 m plafondhoogte en bijgebouwen uit.
Voorbeeld: Een 3-kamerappartement van 65 m² Carrez kan 72 m² totale vloeroppervlakte hebben.
Verhouding tussen woningvraag en -aanbod in een zone. Hoe hoger de spanning, hoe lager het leegstandsrisico.
Voorbeeld: Parijs, Lyon, Bordeaux = hoge spanningszones → leegstand vrijwel nul.
Juridisch regime van een gebouw verdeeld in eenheden. Elke mede-eigenaar betaalt gemeenschappelijke kosten.
Voorbeeld: VvE-kosten: lift, conciërge, tuinen → € 150-300/maand.
Niet-bewonende eigenaarsverzekering. Beschermt de eigenaar tegen schade wanneer het pand wordt verhuurd.
Voorbeeld: Ongeveer 100-200/jaar afhankelijk van het oppervlak.
Huurgarantie. Dekt onbetaalde huur en schade door huurder.
Voorbeeld: Doorgaans 2,5-3,5% van de jaarhuur.
Jaarlijkse belasting betaald door de eigenaar. Varieert per gemeente en kadastrale waarde.
Voorbeeld: Kan 1 tot 2 maanden huur bedragen, afhankelijk van de stad.
Commissie van het makelaarskantoor voor het beheer van de verhuur (zoeken huurder, kwitanties, enz.).
Voorbeeld: Doorgaans 6-8% van de huur voor volledig beheer.
Bedrijfsbelasting op onroerend goed. Belasting voor gemeubileerde verhuurders bij een omzet boven 5.000.
Voorbeeld: Varieert per gemeente, vaak 200-500/jaar.
Aankoopkosten inclusief belastingen en notarisvergoeding. Ongeveer 7-8% voor bestaande woningen.
Voorbeeld: Voor een pand van 200.000: ongeveer 15.000 aan kosten.
Commissie van het makelaarskantoor voor de verkoop. Ten laste van de koper of verkoper.
Voorbeeld: Doorgaans 3-5% van de verkoopprijs.
Referentie-index voor huren, driemaandelijks gepubliceerd door INSEE. Beperkt de jaarlijkse huurverhoging.
Voorbeeld: IRL K3 2025 = 145,47 → maximale huurverhoging: +3,2% ten opzichte van vorig jaar.
Index die de ontwikkeling van nieuwbouwkosten weerspiegelt. Gebruikt voor sommige commerciële huurcontracten.
Voorbeeld: ICC K2 2025 = 2.227 → dient als basis voor herziening van commerciële huren.
Openbare database van alle vastgoedtransacties in Frankrijk.
Voorbeeld: Bekijk de werkelijke verkoopprijzen in uw buurt over de laatste 5 jaar.
Gemiddelde prijs per vierkante meter in een zone. Belangrijke indicator om een pand te beoordelen ten opzichte van de lokale markt.
Voorbeeld: Parijs 16e: ~€ 11.000/m² vs Mulhouse: ~€ 1.200/m² - vergelijkbaar brutorendement mogelijk.
Wanneer huurinkomsten 100% van de kosten, lening en belastingen dekken. Cash-flow ≥ € 0.
Voorbeeld: Huur € 900 - Lening € 650 - Kosten € 150 - Belasting € 50 = +€ 50 → zelffinancierend.
Investeringsbenadering gericht op langetermijn vermogensopbouw in plaats van directe cash-flow.
Voorbeeld: Kopen in Parijs met 3% rendement maar verwachte waardestijging van 20% in 10 jaar.
Gebruik Buy&Rent om de rentabiliteit van uw pand te simuleren.
Start een analyse