Afschrijving
Boekhoudkundige aftrek voor het waardeverlies van het pand en meubilair over hun levensduur.
Voorbeeld: Een pand ter waarde van 200.000 afgeschreven over 30 jaar = 6.666/jaar aftrek.
77 termen eenvoudig uitgelegd
Boekhoudkundige aftrek voor het waardeverlies van het pand en meubilair over hun levensduur.
Voorbeeld: Een pand ter waarde van 200.000 afgeschreven over 30 jaar = 6.666/jaar aftrek.
Sociale bijdragen op huurinkomsten tegen een totaaltarief van 17,2%.
Voorbeeld: Op € 10.000 netto huurinkomsten: € 1.720 aan sociale bijdragen.
Vaste vermindering voor belasting. 50% bij micro-BIC, 30% bij micro-foncier.
Voorbeeld: 10.000 euro huur onder micro-BIC, belastbare basis 5.000 euro.
Inkomsten uit ongemeubileerde verhuur, progressief belast plus sociale heffingen.
Voorbeeld: Huur van een leeg 2-kamerappartement van 600 euro per maand.
Niet-professionele gemeubileerde verhuur. Voordelig belastingregime met aftrek van kosten en afschrijvingen.
Voorbeeld: Een gemeubileerde tweekamerwoning verhuurd voor 800/maand met 3% afschrijving op de aankoopprijs.
Aangifteregime met aftrek van werkelijke kosten en afschrijving. Vaak 10 tot 15 jaar geen belasting.
Voorbeeld: 12.000 euro huur, 4.000 kosten, 8.000 afschrijving, belastbaar resultaat nul.
Professionele verhuurder van gemeubileerde woningen. Vanaf 23.000 euro huurinkomsten per jaar en 50% van het gezinsinkomen.
Voorbeeld: 30.000 euro huurinkomsten en 60% van het gezinsinkomen, automatisch LMP-status.
Het belastingtarief dat wordt toegepast op uw laatste inkomensschijf.
Voorbeeld: Bij een marginaal tarief van 30% wordt elke extra euro huurinkomsten belast tegen 30%.
Winst bij verkoop van een pand. Belast tegen 19% + 17,2% sociale bijdragen, met progressieve vrijstellingen op basis van bezitsduur.
Voorbeeld: Pand gekocht voor € 150.000 en verkocht voor € 200.000 na 10 jaar: gedeeltelijke vrijstelling dankzij aftrekken.
Vereenvoudigd regime met 50% forfaitaire aftrek op gemeubileerde huurinkomsten.
Voorbeeld: Bij 10.000 huurinkomsten wordt slechts 5.000 belast.
Vereenvoudigd regime voor ongemobileerde verhuur met 30% aftrek op de huur.
Voorbeeld: Bij 10.000 huurinkomsten wordt slechts 7.000 belast.
Forfaitaire heffing van 30% (12,8% inkomstenbelasting + 17,2% sociale bijdragen) op kapitaalinkomsten.
Voorbeeld: SCI-dividenden: € 5.000 × 30% = € 1.500 flat tax.
Burgerlijke vastgoedvennootschap. Juridische structuur om gezamenlijk vastgoed te bezitten, met keuze tussen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.
Voorbeeld: Twee vennoten op 50/50: elk geeft zijn aandeel in inkomsten en kosten aan.
Vastgoedmaatschappij belast op vennotenniveau. Elke partner geeft zijn deel aan als huurinkomsten.
Voorbeeld: 50/50 familie-SCI, elke partner geeft 5.000 van 10.000 euro netto huur aan.
Vastgoedvennootschap met vennootschapsbelasting. Afschrijving mogelijk, dubbele belasting bij uitstap.
Voorbeeld: Winst belast 15% tot 42.500 euro, daarna 25%.
CSG, CRDS en solidariteitsbijdragen tegen 17,2% op kapitaalinkomsten.
Voorbeeld: 5.000 euro huurinkomsten geeft 860 euro sociale heffingen.
Wanneer aftrekbare kosten hoger zijn dan huurinkomsten, kan het tekort worden verrekend met het totale inkomen (tot € 10.700/jaar).
Voorbeeld: € 8.000 huur - € 20.000 renovatie = -€ 12.000 → € 10.700 afgetrokken van belastbaar inkomen.
Maakt aftrek van alle werkelijke kosten mogelijk (werk, rente, beheerkosten, afschrijving).
Voorbeeld: Ideaal als uw kosten meer dan 50% van uw huurinkomsten bedragen.
Contractuele optie om de maandlast te verlagen of verhogen (vaak +/- 30%).
Voorbeeld: 1.000 euro maandlast verhoogd naar 1.300 om sneller af te lossen.
Garantie via een derde (Crédit Logement) in plaats van hypotheek. Goedkoper en deels terugbetaalbaar.
Voorbeeld: 0,8 tot 1% van de lening, helft terugbetaald aan het einde.
Verhouding tussen jaarlijkse huur en aankoopprijs. Houdt geen rekening met kosten.
Voorbeeld: (800 x 12) / 150.000 = 6,4% bruto
Verschil tussen huurinkomsten en alle kosten (lening, belastingen, lasten). Positief = u verdient elke maand geld.
Voorbeeld: Huur 800 - Lening 600 - Kosten 100 = +100 cashflow.
Bedrag geïnvesteerd zonder lening. Doorgaans 10-20% van de aankoopprijs + notariskosten.
Voorbeeld: Voor een pand van € 200.000: eigen inbreng van € 30.000 (15%) + € 15.000 notariskosten.
Bankgeld gebruiken om te investeren. Vermenigvuldigt het rendement van uw aanbetaling.
Voorbeeld: Met 20.000 eigen inbreng koopt u een pand van 200.000 = hefboom van 10.
Zakelijke zekerheid op het pand: de bank kan het bij wanbetaling verkopen.
Voorbeeld: Kosten ongeveer 1,5% van het leenbedrag, te betalen bij de notaris.
Jaarlijks Kostenpercentage. Omvat rente, verzekering en dossierkosten. Maakt vergelijking van leningaanbiedingen mogelijk.
Voorbeeld: Nominale rente 3,5% + verzekering 0,3% + kosten = JKP 4,1%.
Verplichte verzekering tegen overlijden, invaliditeit en arbeidsongeschiktheid bij de hypotheeklening.
Voorbeeld: Gemiddeld tarief 0,25-0,40% van het geleende kapitaal, aftrekbaar bij LMNP reëel regime.
Maximaal leenbedrag op basis van uw inkomen, bestaande schulden en de schuldgraadlimiet van 35%.
Voorbeeld: Inkomen € 4.000/maand zonder lening → leencapaciteit ca. € 200.000 over 25 jaar.
Combinatie van meerdere leningen tot een constante totale maandlast.
Voorbeeld: Nulrentelening plus hoofdlening over 25 jaar gelijkgetrokken.
Rendement na aftrek van alle kosten en belastingen. Weerspiegelt uw werkelijke winst.
Voorbeeld: Een nettorendement van 5% op 200.000 = 10.000/jaar werkelijke winst.
Return On Investment. Meet de winstgevendheid ten opzichte van het geïnvesteerde geld (eigen inbreng + kosten).
Voorbeeld: Jaarlijkse winst 5.000 / Eigen inbreng 30.000 = 16,7% ROI.
Deel van het inkomen bestemd voor leningaflossingen. Banklimiet vastgesteld op 35%.
Voorbeeld: Inkomen € 3.000/maand, leningen € 1.000/maand → schuldgraad van 33%.
Rente gekoppeld aan een index (Euribor) die fluctueert. Maandlast of looptijd kan wijzigen.
Voorbeeld: 3-maands Euribor plus 1% marge, maandlast jaarlijks aangepast.
Rentevoet die de hele looptijd hetzelfde blijft. Constante maandlast.
Voorbeeld: 200.000 euro lening over 25 jaar tegen 3,5% vast: 1.001 euro per maand.
Juridisch regime van een gebouw verdeeld in eenheden. Elke mede-eigenaar betaalt gemeenschappelijke kosten.
Voorbeeld: VvE-kosten: lift, conciërge, tuinen → € 150-300/maand.
Privé-woonoppervlakte gemeten volgens de Carrez-wet. Sluit oppervlakten onder 1,80 m plafondhoogte en bijgebouwen uit.
Voorbeeld: Een 3-kamerappartement van 65 m² Carrez kan 72 m² totale vloeroppervlakte hebben.
Huurcontract voor bedrijfsruimten. Looptijd 9 jaar (3-6-9), sterke huurdersbescherming.
Voorbeeld: Winkel verhuurd aan een handelaar, gekoppeld aan de commerciële index.
Energieprestatiediagnose. Classificeert de woning van A (zeer efficiënt) tot G (energielek). Verplicht om te verhuren.
Voorbeeld: Een DPE F of G verbiedt verhuur sinds 2025 (Klimaatwet).
Score van A (zeer zuinig) tot G (energieslurper) op basis van verbruik en uitstoot.
Voorbeeld: Een F- of G-klasse woning mag niet meer verhuurd worden.
De woning is uitgerust met het meubilair dat nodig is voor het dagelijks leven. Voordelig belastingregime (LMNP).
Voorbeeld: Bed, tafel, stoelen, huishoudelijke apparaten... wettelijk vastgelegd.
Totaalbedrag dat de huurder maandelijks betaalt inclusief kosten.
Voorbeeld: Kale huur 700 + Kosten 100 = Huur incl. 800
Verhouding tussen woningvraag en -aanbod in een zone. Hoe hoger de spanning, hoe lager het leegstandsrisico.
Voorbeeld: Parijs, Lyon, Bordeaux = hoge spanningszones → leegstand vrijwel nul.
Huur zonder doorberekende kosten. Basis voor rendementberekening.
Voorbeeld: De kale huur dient als basis voor de rendementberekening.
Verhuur per nacht of week (Airbnb, Booking). Hoog rendement maar strenge lokale regels.
Voorbeeld: Studio in Bordeaux verhuurd aan 80 euro per nacht, max 120 dagen per jaar voor hoofdverblijf.
Periode zonder huurder. Gemiddeld 1 maand per jaar = 8% leegstand.
Voorbeeld: 8% op een huur van 800 = 768 gemiddelde werkelijke huur.
Kortdurend gemeubileerd huurcontract (1 tot 10 maanden) voor mobiele personen.
Voorbeeld: Student met 6 maanden stage, mobiliteitscontract zonder borg.
Leeg verhuurd pand. Ander belastingregime (vastgoedinkomen).
Voorbeeld: Eenvoudiger maar fiscaal vaak minder voordelig.
Vloeroppervlak van gesloten en overdekte kamers, zonder muren, schachten en onafgewerkte zolders.
Voorbeeld: Een 3-kamerappartement van 70 m² vloer kan 65 m² woonoppervlak hebben.
Belasting voor huisvuilophaling. Verhaalbaar op huurder.
Voorbeeld: 180 euro per jaar, volledig doorberekend aan huurder.
Commissie van het makelaarskantoor voor het beheer van de verhuur (zoeken huurder, kwitanties, enz.).
Voorbeeld: Doorgaans 6-8% van de huur voor volledig beheer.
Bedrijfsbelasting op onroerend goed. Belasting voor gemeubileerde verhuurders bij een omzet boven 5.000.
Voorbeeld: Varieert per gemeente, vaak 200-500/jaar.
Huurgarantie. Dekt onbetaalde huur en schade door huurder.
Voorbeeld: Doorgaans 2,5-3,5% van de jaarhuur.
Jaarlijkse belasting betaald door de eigenaar. Varieert per gemeente en kadastrale waarde.
Voorbeeld: Kan 1 tot 2 maanden huur bedragen, afhankelijk van de stad.
Door verhuurder betaalde maar op huurder verhaalbare lasten (water, lift, afval).
Voorbeeld: VVE-lasten 200 euro per maand, waarvan 120 verhaalbaar.
Niet-bewonende eigenaarsverzekering. Beschermt de eigenaar tegen schade wanneer het pand wordt verhuurd.
Voorbeeld: Ongeveer 100-200/jaar afhankelijk van het oppervlak.
Gemeenschappelijke kosten (onderhoud, lift, conciërge, groen) verdeeld over eigenaren.
Voorbeeld: Haussmann-pand met lift: 250 tot 350 euro per maand voor een 3-kamer.
Lokale belasting, afgeschaft voor hoofdverblijf maar behouden voor tweede woning.
Voorbeeld: Tweede woning in Annecy: 1.800 euro per jaar.
Commissie van het makelaarskantoor voor de verkoop. Ten laste van de koper of verkoper.
Voorbeeld: Doorgaans 3-5% van de verkoopprijs.
Akte voor de notaris die de eigendom officieel overdraagt.
Voorbeeld: Akte 3 maanden na het voorlopig contract getekend, sleuteloverdracht dezelfde dag.
Aankoopkosten inclusief belastingen en notarisvergoeding. Ongeveer 7-8% voor bestaande woningen.
Voorbeeld: Voor een pand van 200.000: ongeveer 15.000 aan kosten.
Clausule die de verkoop annuleert als niet vervuld (lening, bestemmingsplan).
Voorbeeld: Lening afgewezen binnen 45 dagen, contract vervalt, voorschot terug.
Belastingen bij aankoop, voornamelijk door departementen geheven (5,80%).
Voorbeeld: Pand van 200.000 euro: ongeveer 11.600 euro overdrachtsbelasting.
Voorovereenkomst die beide partijen bindt, behalve binnen de bedenktijd van 10 dagen.
Voorbeeld: In mei getekend, notariële akte in juli na hypotheekgoedkeuring.
Fiscaal voordeel voor aankoop van oude te renoveren panden in bepaalde middelgrote steden.
Voorbeeld: Belastingvermindering tot 21% over 12 jaar met 25% renovatiewerk.
Openbare database van alle vastgoedtransacties in Frankrijk.
Voorbeeld: Bekijk de werkelijke verkoopprijzen in uw buurt over de laatste 5 jaar.
Index die de ontwikkeling van nieuwbouwkosten weerspiegelt. Gebruikt voor sommige commerciële huurcontracten.
Voorbeeld: ICC K2 2025 = 2.227 → dient als basis voor herziening van commerciële huren.
Referentie-index voor huren, driemaandelijks gepubliceerd door INSEE. Beperkt de jaarlijkse huurverhoging.
Voorbeeld: IRL K3 2025 = 145,47 → maximale huurverhoging: +3,2% ten opzichte van vorig jaar.
Wet van 2021 die verhuur van energieslurpers verbiedt (G in 2025, F in 2028, E in 2034).
Voorbeeld: G-klasse woning: na 2025 niet meer verhuurbaar.
Gebied waar vraag het aanbod sterk overstijgt. Huurplafond en specifieke fiscaliteit.
Voorbeeld: Parijs, Bordeaux, Lyon: huurplafond van kracht.
Gemiddelde prijs per vierkante meter in een zone. Belangrijke indicator om een pand te beoordelen ten opzichte van de lokale markt.
Voorbeeld: Parijs 16e: ~€ 11.000/m² vs Mulhouse: ~€ 1.200/m² - vergelijkbaar brutorendement mogelijk.
Recht om een pand te bezitten zonder gebruik of inkomsten (voor de vruchtgebruiker).
Voorbeeld: Aankoop blote eigendom met 30% korting op marktprijs.
Moedermaatschappij met aandelen in andere vennootschappen. Optimaliseert fiscaliteit en opvolging.
Voorbeeld: IS-holding met 3 vastgoedvennootschappen, dividenden belast tegen 5%.
Verkoop tegen een eenmalige som en lijfrente tot overlijden van verkoper.
Voorbeeld: 50.000 euro eenmalig en 800 euro maandelijkse rente, woning vrij bij overlijden.
Scheiding tussen blote eigendom en vruchtgebruik. Krachtig fiscaal en vermogensinstrument.
Voorbeeld: Ouders schenken blote eigendom aan kinderen en behouden vruchtgebruik.
Commerciële activiteit van koop en wederverkoop, btw- en vennootschapsplichtig.
Voorbeeld: Aankoop 150.000 euro, 30.000 werken, doorverkoop 220.000 binnen het jaar.
Investeringsbenadering gericht op langetermijn vermogensopbouw in plaats van directe cash-flow.
Voorbeeld: Kopen in Parijs met 3% rendement maar verwachte waardestijging van 20% in 10 jaar.
Wanneer huurinkomsten 100% van de kosten, lening en belastingen dekken. Cash-flow ≥ € 0.
Voorbeeld: Huur € 900 - Lening € 650 - Kosten € 150 - Belasting € 50 = +€ 50 → zelffinancierend.